Zo pas jij de subjonctif présent toe: uitleg, gebruik en voorbeelden

Bijleren: talen 7 min read

Moeite met de Franse subjonctif? Lees dan snel verder! In dit artikel vind je een duidelijk overzicht van de vorming en het gebruik van dit Franse grammaticaonderdeel. We leggen het verhalend uit aan de hand van een poolparty. De ouders van zussen Marie en Alice zijn namelijk een weekend op vakantie. Tijd voor een feestje dus! Marie, de jongste van de twee, organiseert een poolparty. Alice is het daar niet mee eens en is bang dat alles in de soep loopt. Gedurende dit verhaal wordt de subjonctif veelvuldig toegepast.

Wat is de subjonctif?

De verklaring waarom zo veel Nederlanders moeite ervaren met de subjonctif is omdat de vorm in het Nederlands amper gebruikt wordt. Alleen in bepaalde uitdrukkingen komt het voor zoals ‘koste wat het kost’ of ‘het zij zo’. Maar ook deze uitdrukkingen worden weinig gebruikt. In de Franse taal is de subjonctif alles behalve ouderwets en wordt het nog volop gebruikt. Zowel in gesproken als geschreven taal: “Je veux que tu sois heureux”. Je herkent de subjonctif (aanvoegende wijs) in een bijzin na ‘que’ en na bepaalde voegwoorden eindigend op -que.

Zo vorm je de subjonctif présent

  1. Pak de 3e persoon meervoud van de indicatif présent (de tegenwoordige tijd) voor de 1e, 2e en 3e persoon enkelvoud én de 3e persoon meervoud. Voor de 1e en 2e persoon meervoud gebruik je de stam van de nous-vorm.
    bijvoorbeeld: Alice et Marie organisent une fête.
  2. Haal -ent weg:
    elles organis-
  3. Kies de kloppende uitgang: -e, -es, -e, -ions, -iez, -ent
subjonctif présent

Uitzonderingen op de regel

Zoals je weet zit de Franse grammatica vol uitzonderingen. Ook de subjonctif helaas. Het goede nieuws is dat het er slechts tien zijn. Relatief gemakkelijk om uit je hoofd te leren dus. Toch moeite met lesstof blijvend onthouden? Lees dan 5 handige tips om daar beter in te worden.

subjonctif présent

De subjonctif présent gebruiken

De oplettende lezer weet inmiddels dat er een subjonctif komt in de bijzin na ‘que’. Helaas is dat niet altijd het geval, al moet ‘que’ je wel een belletje doen rinkelen. Wanneer je dat woordje schrijft of leest, weet je dat je moet kiezen tussen de indicatif en de subjonctif.

subjonctif présent

Handig ezelsbruggetje: ‘VISPAND’

Over het algemeen gebruiken Fransen de subjonctif om iets uit te drukken. Vaak een bepaald gevoel. Om de werkwoordgroepen in je hoofd te stampen, bestaat er een ezelsbruggetje: vispand. Na een werkwoord dat een van de onderstaande gevoelens uitdrukt, gebruik je de subjonctif.

subjonctif présent

V: verbes de Volonté/désir (wil/wens)
Deze werkwoorden drukken een wil of een wens uit, zoals: vouloir, exiger, aimer, préférer, ordonner, souhaiter, demander, défendre, désire, il est souhaitable que...

I staat er voor de sier. VSPAND klinkt toch niet? 😉

S: verbes de Sentiment (stemming)

Deze werkwoorden drukken een stemming uit: être content/heureux/triste/surpris que...
avoir peur/honte que
il est dommage que/il est regrettable que /il est triste que...

P: verbes de Possibilité (mogelijkheid)

Deze werkwoorden drukken een mogelijkheid uit: il est (im)possible que, il se peut que...

A: verbes d’Appréciation (waardering)

Gebruik de subjonctif als je waardering uitdrukt: il est bon/mauvais/utile/opportun que...

N: verbes de Nécessité/Négation (noodzaak)

  • Noodzaak, iets dat beslist moet: il faut que, il est nécessaire/important que, il est temps que, il vaut mieux, il convient, il importe
  • Ontkenning: nier que, contester que

D: verbes de Doute (twijfel)

Wanneer je twijfelt, gebruik je bijvoorbeeld: douter que, il est douteux que

Les parents de Marie et Alice partent pour un week-end à Paris. Marie est si heureuse! Elle veut organiser une soirée piscine (poolparty) sans la permission de ses parents. Elle veut que la fête soit la meilleure fête du siècle (van de eeuw)! Elle invite toutes ses copines, ce qui veut dire, l’école entière. Presque 100 personnes sont invitées! Sa soeur ainée, Alice, a peur que la fête devienne un désastre (een ramp). Elle connaît Marie... Il se peut que la fête devienne hors de contrôle... Ainsi, il est bon qu’Alice soit présente aussi. Le dernier temps, Marie a cassé quelques vases chinois, un cadeau de son père pour sa mère. Ses parents étaient furieux! Marie ét Alice étaient punies (gestraft) pendant deux mois! Quel fiasco! Voilà pourquoi il est nécessaire qu’Alice prenne les choses en main (de regie neemt). Sa soeur conteste (betwist) qu’elle puisse organiser une grande fête sans problèmes. Mais Alice doute que Marie ait raison.

subjonctif présent

Subjonctif of indicatif?

Als het werkwoord niet tot de VISPAND-werkwoorden behoort, gebruik je de indicatif. Ook hier gelden regels voor.

1. Mening verkondigen

  • Werkwoorden die een mening uitdrukken: penser, croire, se douter, estimer que

2. Zekerheid uitdrukken

  • Als je zeker bent van feiten of je mening, gebruik je de indicatif:
    Il est certain que, être certain/sûr que, ne pas douter que

3. Waarschijnlijkheid

  • Hier hoef je alleen ‘il est probable que’ uit je hoofd te leren.

4. Verklaring geven

  • Dire, annoncer, écrire, promettre, jurer, remarquer que...

5. Waarneming

  • Entendre, voir, sentir, s’apercevoir que

Samedi soir. Finalement le moment est là. Les premiers invités arrivent chez Marie et Alice. Ils croient que la fête piscine est très cool! Il y a des ballons partout, un traiteur prépare un assortiment de hors-doeuvre (borrelhapjes), et lune bouteille de Kidibul après l’autre est vide. Il fait 28 degrés, le soleil brûle (de zon schijnt) et Marie a même loué (ingehuurd) Dimitri Vegas et Like Mike. Il est certain que ses amis restent stupéfaits (verbijsterd). Puis, Thomas, l’adonis de l’école, arrive. Il est probable que Marie la invité parce qu’elle a un oeil sur lui (ze vindt hem leuk). Elle jure que ce nest pas vrai, mais Alice sait mieux. Elle a trouvé le journal intime (dagboek) de Marie sous son lit. Marie écrit quelle adore Thomas pour son corps divin (goddelijk/machtig) et ses yeux bleu clair. Pff, Marie est si superficielle (oppervlakkig/saai)! Alice entend que Thomas félicite Marie pour la fête magnifique. Dimitri Vegas et Like Mike sont ses artistes favoris! Aha, cela explique pourquoi Marie a insisté sur ce duo célèbre.

subjonctif present

Lastige gevallen

  • ESPERER + (indicatif) FUTUR SIMPLE
  • Douter + subjonctif, ne pas douter + indicatif, se douter + indicatif
  • Onderstaande werkwoorden hebben normaal altijd een indicatif, behalve in een negatieve of vragende vorm:

Wanneer een werkwoord een indicatif ‘nodig heeft’, kan er ook een andere werkwoordstijd volgen. In de eerste, tweede en vierde zin herken je als het goed is een futur simple, in de derde zin is ‘a sauté’ een passé composé. Een groep als ‘il n’est pas certain que’ heeft altijd een subjonctif nodig.

subjonctif présent
Wanneer een werkwoord een indicatif eist, kan er natuurlijk ook een andere werkwoordstijd volgen. In de eerste, tweede zin en vierde zin herken je inderdaad een futur simple, in de derde zin is ‘a sauté’ een passé composé. Een groep als ‘il n’est pas certain que’ heeft ALTIJD een subjonctif nodig.

Deux heures plus tard. Tout le monde s’amuse bien. Après quelques boissons, Thomas a ouvert officiellement la piscine. Il a sauté dans la piscine et il a arrosé (natgemaakt) Dimitri Vegas et Like Mike! Quelle horreur! Alice na pas vu que Thomas saute dans la piscine mais il est certain que l’installation sono (stereoinstallatie) est détruite (kapot gemaakt). Il n’est pas certain que Marie aille rire ou pleure. Quoi faire? Dimitri Vegas et Like Mike sont vraiment en colère. L’installation détruite coûte cher et ils exigent une indemnisation (schadevergoeding). Marie ne croit pas quelle puisse réfléchir bien. Alice naide pas. Tout ce qu’Alice fait est paniquer. Elle dit que c’est la faute de Marie. “Pourquoi as-tu invité toute l’école?”, elle crie. “Crois-tu que ce soit une bonne idée? Je vais téléphoner papa!

subjoncftif présent

Subjonctif en voegwoorden

Niet alleen na bepaalde werkwoorden komt de subjonctif voor. Ook na een van deze 10 voegwoorden:

“Non, je te supplie (ik smeek). Ne dis rien à papa, s’il te plaît. La dernière fois, il ta punie aussi au lieu quil punie moi seule. Tu as raison; c’est ma faute. Je suis désolée.” “Ne t’inquiète pas. Pour que (opdat) nous puissions ranger (opruimen) la fête, il faut que tu renvoies tes amis.” “D’accord. Je vais les renvoyer à condition que tu veuilles maider.” “Oui, comme toujours”, dit Alice à Marie avec un grand sourire.

Hoppa! Als het goed is pas je de subjonctif nu voor eens en voor altijd goed toe. Naast de uitzonderingen uit je hoofd leren is oefenen ook noodzakelijk. Op deze manier blijft de lesstof sneller hangen en wordt het herkennen en toepassen steeds meer een automatisme. Succes met leren en als je de toets haalt is het zeker reden voor een feestje! Hopelijk een geslaagder feestje dan die van Marie en Alice 😉.

Aanhoudende moeite met de Franse taal? Blijf er niet te lang mee worstelen en trek tijdig aan de bel. Onze ervaren docenten Frans weten jou als geen ander te helpen. Meld je vandaag nog aan!

Ontvang je graag maandelijks een mailtje met de nieuwste artikels daarin? Schrijf je snel in voor onze blog-nieuwsbrief. Tot snel!

Frans leren frans
Updates ontvangen met didactische inzichten?
Sign up for our newsletter