5 handige tips om je leerstof blijvend te onthouden

Voor studenten: studietips 6 min read

Even dat rijtje woordjes over kijken, en hup je haalde die 6 op je mondeling. In the pocket. Maar dat rijtje kun je nu, een paar jaar later, waarschijnlijk niet meer herhalen. Om iets blijvend te onthouden moet je de stof opnemen in je langetermijngeheugen.

Het is irritant dat je informatie snel weer vergeet. Maar eigenlijk is het heel functioneel. Er komt elke dag heel veel informatie je brein binnen. De meeste informatie heb je maar even nodig; bijvoorbeeld de aankomsttijd van de bus naar je tante. Na een paar uur of een paar dagen is die informatie weer verdwenen, je weet het niet meer. Zo schoont je geheugen zich steeds op, zodat er weer ruimte is voor nieuwe informatie.

Er is echter ook informatie die je wél de rest van je leven wilt blijven onthouden. Dat kun je alleen bereiken door leerstrategieën te gebruiken. Om iets blijvend te onthouden moet je leren leren. Vluchtig overkijken werkt niet. Dus hoe pak je dat dan aan? In deze blog vind je 5 leerstrategieën. Niet elke strategie werkt voor elke student. En voor wiskunde kan een andere strategie behulpzaam zijn dan voor aardrijkskunde. Er zijn nog veel meer strategieën, dus wees creatief met je brein! Probeer verschillende strategieën uit, want afwisselen helpt. Herhaal de leerstof op verschillende momenten, zo komt de stof vaker tot je brein waardoor het beter blijft hangen.

1. Een toets maken

Eén van de beste methoden om leerstof tot je te nemen, is om zelf een toets te maken over de leerstof. Als jij de docent was, welke vragen zou je dan stellen? Als je deze strategie voor de eerste keer toepast, kun je kijken naar vorige toetsen. Hoe worden die vragen eigenlijk opgesteld? Door zelf vragen te formuleren, scheid je automatisch hoofdzaken en bijzaken.

Maak een toets met twee verschillende soorten vragen:

  1. Kennisvragen: Deze vragen gaan over de theorie, denk aan rijtjes, formules, weetjes, definities, jaartallen, etc. Dit is leerstof die de student gewoon moet stampen. Je hoeft het niet te snappen om een goed antwoord te geven, als je het maar weet.
  2. Toepassingsvragen: Deze vragen gaan een niveau dieper (en zijn vaak ook meer punten waard). Bij een toepassingsvraag moet je namelijk iets weten én kunnen toepassen. Je moet het dus weten en doorgronden. Lees deze vragen op een echte toets altijd goed door, zo voorkom je dat je de vraag verkeerd opvat. Om deze vragen zelf te formuleren, moet je de stof beheersen. Dus maak toepassingsvragen over het onderwerp. Loop je vast? Dan weet je dat je dat gedeelte nog beter moet bestuderen. Tip: het zijn vragen zoals: 'Bereken dit of dat, bedenk een oplossing voor, leg het verschil uit tussen, etc.'.
Tip: Spreek met een klasgenoot af dat je allebei een toets maakt, en maak dan elkaars toets! Bespreek de gemaakte toetsen samen en je zult zien dat de echte toets je makkelijker af gaat. Én je blijft de stof veel langer onthouden, omdat je er zo actief mee bezig bent geweest.

2. Kwalitatief samenvatten

De meest gebruikte leerstrategie is 'samenvatten'. Sommige studenten schrijven bijna de hele tekst over, maar leer je daar wel van? Bij het samenvatten is het allereerst belangrijk dat je je concentreert. Geen telefoon in de buurt en geen huisgenoten die steeds binnen komen vallen. Vind je het moeilijk om je te concentreren? Spreek dan tijdsblokken af met jezelf. Bijvoorbeeld: van 2-3 uur werk je aan je samenvatting, dan een halfuurtje weg van je bureau. Het liefst lekker naar buiten en in beweging. Dat voelt misschien als tijdverlies, maar zo geef je je hersenen de tijd om het geleerde ook op te slaan. Nogal belangrijk dus! Wissel zo steeds een uur leren af met een halfuur buiten en beweging.

Daarnaast is het belangrijk hoe je samenvat. Het is belangrijk dat je hoofdzaken en bijzaken van elkaar scheidt. Wat is echt belangrijke informatie? Hoe kun je de informatie het best structureren? Ook is het leerzaam om een grote hoeveelheid informatie samen te vatten in een woordweb, een tabelletje of ander visueel model.

Als je een samenvatting maakt, werkt het het beste om hem te schrijven. Een woord schrijven duurt iets langer dan een woord typen, en bij schrijven zijn je hersenen actiever betrokken. Een samenvatting van internet plukken is alleen een noodoplossing, de stof blijft zo alleen in je kortetermijngeheugen plakken. Dit komt omdat je hersenen er dan niet actief bij betrokken zijn, het is dan ook geen leerstrategie. Zet je hersenen dus goed aan het werk!

3. Mindmapping activeert je hele brein

Je brein bestaat uit twee hersenhelften, en beiden hebben ze een andere focus. Je linkerhersenhelft is gericht op taalontwikkeling en alles wat met taal en woorden te maken heeft. De rechterhersenhelft is gericht op beelden, kleuren, en alles wat betreft visualisatie. Je onthoudt iets lang als je beide hersenhelften activeert. Mindmapping is daarom een ideale leerstrategie.

Als je een mindmap maakt, gebruik je daarvoor taal: je benoemt elk element en je ziet de verbanden tussen de elementen. Maar je gebruikt ook veel visualisatie. Je tekent bijvoorbeeld de aarde en vervolgens de zon, de maan, de aardkorstlagen... Zo laat je de leerstof door je linker- én je rechterhersenhelft gaan; wat zorgt voor een sterke verbinding.

Tip: Heb je nog nooit een mindmap gemaakt? Maak dan eerst een samenvatting van het gedeelte waar je een mindmap over wilt maken. Zo help je jezelf vast op weg. Nog meer tips? Kijk dan dit filmpje van TijdreisTV.

4. Flashcards trainen je geheugen

Flashcards kun je makkelijk zelf maken. Je schrijft een woordje wat je moet leren, een jaartal, begrip, etc., op een kaartje of papiertje. Schrijf het Nederlandse woord, de betekenis, wat er in dat jaar gebeurde, etc., op de andere kant. Nu kun je jezelf op twee manieren overhoren. Leg de kaartjes die je beide kanten op kent, op een stapel. Herhaal de kaartjes tot ze allemaal op de stapel liggen.

Het is wel veel werk om flashcards te maken. Al is dat maken ook al onderdeel van het leerproces. Heb je niet meer zoveel tijd? Maak dan alleen kaartjes van de woorden, begrippen en/of jaartallen waar je moeite mee hebt. Je kunt natuurlijk ook kleuren en tekeningetjes toevoegen aan je flashcards. Dan betrek je je visuele rechterhersenhelft er ook weer bij! Of moet je Duitse woordjes stampen? Gebruik dan blauwe kaartjes voor mannelijke woorden en roze voor vrouwelijke woorden. Handig in verband met de naamvallen!

Tip: Of maak digitale flashcards, zoals via WRTS. Zó gemaakt en de ideale manier om te oefenen met de theorie. Ook op Quizlet vind je veel informatie over allerlei onderwerpen, waaronder veel flashcardoefeningen.

5. Oefenen, oefenen en oefenen

Door te oefenen met de leerstof is je brein erg actief. Veel oefenen zorgt er daardoor voor dat je de lesstof lang onthoudt. Krijg je een overhoring biologie? Maak dan steeds de laatste 3 oefenopgaven van de paragrafen. De laatste oefeningen zijn steeds het moeilijkst, en zo ben je goed op de toets voorbereid. Heb je alle oefeningen geoefend, maar ben je toch nog onzeker of je het nu snapt of niet? Zoek dan online naar oefeningen. Vul bij Google in: Oefening Duitse naamvallen. Of kijk eens in de app-store van je telefoon. Succes!

Evalueren is leren

Probeer verschillende leerstrategieën uit, en kijk wat bij jou past. Misschien krijg je de kriebels van zo'n mindmap; en vind je de flashcards geweldig. Of je blijft oefeningen maken terwijl je de leerstof ondertussen steeds beter snapt. Gebruik de strategieën en vergeet niet te evalueren:

  • Werkte deze leerstrategie voor jou, vond je het een fijne manier van leren?
  • Hoe lang was je er ongeveer mee bezig?
  • Wat was het resultaat van de toets?
  • Welke vragen had je goed, en welke niet? Welke leerstrategie zou je de volgende keer kunnen gebruiken voor het soort vragen wat je niet goed had?

Kom je er niet uit welke leerstrategie nu het beste bij jou past? De studiecoaches van BijlesHuis kunnen je hierbij helpen. Vind jouw leerstrategie!

Laat hieronder je gegevens achter en blijf zo op de hoogte van onze nieuwste artikels! Je ontvangt verder geen reclame of andere e-mails.