Die of dat? De regels voor aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden

Bijleren: talen 1 min

“Het meisje die mij in de winkel bediende, vertelde dat de vrouw dat ik daarnet ben tegengekomen behoorlijk veel taalfouten maakt.” Als je het gevoel hebt dat die zin niet helemaal klopt, dan heb je gelijk! De regels om te weten of je ‘die’ of ‘dat’ moet gebruiken zijn soms wat verwarrend. Deze blog helpt je uit de ‘die of dat’- brand. We leggen je de regels uit wanneer die of dat een aanwijzend of betrekkelijk voornaamwoord is en wanneer je welk woord moet gebruiken.

die of dat, aanwijzende voornaamwoorden, betrekkelijke voornaamwoorden

Die/dat worden vaak met elkaar verward. Allebei zijn het voornaamwoorden om dingen aan te wijzen (dat boek staat in die kast), of om te verwijzen naar het woord dat er voor staat (het boek dat, de kast die). Bij de eerste gaat het om een aanwijzend voornaamwoord en bij de tweede om een betrekkelijk voornaamwoord.

Aanwijzend voornaamwoord: die of dat gebruiken

Het woord beschrijft zichzelf: ze wijzen iets of iemand aan. Er bestaan meerdere aanwijzende voornaamwoorden, bijvoorbeeld: dit, deze, zo’n, zulk, zulk een, die en dat. Misschien heb je het al geraden, maar deze blog gaat over de laatste twee. 😉

Dat verwijst naar enkelvoudige het-woorden en zal in vergelijking met ‘dit’ verwijzen naar iets of iemand verder weg.

Dat examen is goed gemaakt! (het examen)

Dat handboek legt de grammatica niet zo goed uit. Maar deze blog is veel duidelijker! (het handboek)

Die verwijst naar enkelvoudige de-woorden en naar alle meervoudige woorden. Het zal in vergelijking met ‘deze’ verwijzen naar iets of iemand verder weg.

Die regel over voornaamwoorden is best makkelijk. (de regel)

Die theorieën moet je goed instuderen voor je toets Nederlands.
(theorieën = meervoud)

Betrekkelijk voornaamwoord: die of dat gebruiken

‘Betrekkelijk’ betekent ‘verwijzen naar’. Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst dus naar een woord (of woordgroep) dat er vlak voor staat. Het vormt de verbinding tussen twee zinsdelen. Er bestaan verschillende betrekkelijke voornaamwoorden, bijvoorbeeld wie, wat, hetgeen, hetwelk, welk(e), die en dat. Ook hier geldt: deze blog gaat over de laatste twee. 😉

Die verwijst naar enkelvoudige de-woorden en naar meervoudige woorden.

Dankzij deze regel word jij de beste leerling die jouw docent ooit heeft gezien.
Studenten die deze blog lezen, zullen helemaal voorbereid zijn op hun examen Nederlands.

Dat verwijst naar enkelvoudige het-woorden.

Het handboek dat onze docent Nederlands gebruikt, legt de betrekkelijke voornaamwoorden niet goed uit. Deze blog wel. Yay! 😉

Het cijfer dat ik behaalde op het examen Nederlands, geeft mij veel zelfvertrouwen.

Tip: ben je in de war? Kijk dan naar de laatste letter van het lidwoord: 1. ‘De’ eindigt op ‘e’, en krijgt ‘die’ als voornaamwoord. Beide woorden eindigen op een ‘e’! 2. ‘Het’ eindigt op ‘t’ en krijgt ‘dat’ als voornaamwoord. Beide woorden eindigen op een ‘t’!

Zo, nu ben je goed voorbereid op dat proefwerk of die Nederlandse toets waar je eerst zo bang voor was. Zag je wat we daar deden? 😉Heb je nog meer behoefte aan oefening met Nederlandse voornaamwoorden? Kijk dan even naar onze blog over persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.

Heb je nog meer hulp nodig met de grammatica van het Nederlands? BijlesHuis kan je vrijblijvend voorstellen aan een ervaren docent Nederlands op maat. We helpen je graag!

Laat hieronder je gegevens achter en blijf zo op de hoogte van onze nieuwste artikels? Je ontvangt verder geen reclame of andere e-mails.

Die of dat nederlands betrekkelijk voornaamwoord aanwijzend voornaamwoord voornaamwoorden die/dat
Updates ontvangen met didactische inzichten?
Sign up for our newsletter